Vogels en Dichters - Alphons ter Avest

 

 

 

 

Vogels en Dichters - Alphons ter Avest

 

 

Jaar: 2022
Materiaal: Tricoya hout ongelakt
Locatie: Plantsoen Noord tussen de Volmolen en de Joodse begraafplaats
Afmetingen: 110 x 35 x 66 cm

 

Alphons ter Avest maakt met improvisaties van traditionele ambachten en technieken beelden die in de publieke ruimte vaak een gebruiksfunctie hebben. Perceptie en transformatie spelen in zijn werk een belangrijke rol. Het gaat hem om het bereiken van een helder en transparant beeld met een gelaagde betekenis. 
Met een specifieke locatie als uitgangspunt is hij altijd op zoek naar een symbiose tussen idee, materiaal en techniek.

 

Voor Up Amersfoort maakte hij een bijzonder vogelhuisje in de vorm van een hoofd. Het voederhuisje hangt hoog in de bomen en is geheel uit houten latjes opgebouwd 
Het hoofd is in het bovenste deel toegankelijk voor kleine vogels en eventueel grotere vogels daaronder. Boven in het hoofd zit een trechter met zaadjes die bedoeld zijn voor de kleine vogels. De grotere vogels kunnen alleen de zaadjes pakken die de kleine vogels laten vallen. 


De titel is een verwijzing naar het schijnbaar hogere en het aardse. De relatie vogels en dichters is eeuwenoud en zinspeelt op het moment van ingeving of inspiratie; het onvoorspelbare moment dat er iets staat te gebeuren en een sublieme gedachte in het hoofd neerdwarrelt. Die gedachte nestelt zich ook in het hoofd van de beschouwer. Welk vogeltje komt daar wanneer op af…
 

 

 

De Volmolen en Joodse begraafplaats

 

Het kunstwerk van Alphons ter Avest ligt in het Plantsoen Noord tussen de Volmolen en de Joodse begraafplaats. 

 

De volmolen werd gebouwd in 1645 om stoffen te 'vollen': de geweven wollen stof werd met zand, kokend water en urine gekneed tot waterafstotend laken; een stof met een meer dichte structuur dan wol. Voorheen gebeurde dit door voetvollers, die in een kuip urenlang met blote voeten op het natte laken moesten stampen. De volmolen verving dit arbeidsintensieve proces: aangedreven door het water van de Beek werd het laken nu met houten stampers machinaal bewerkt. Omstreeks 1700 werd de productie van laken in de stad te duur en de nijverheid verhuisde naar het goedkopere platteland. Het gebouw bleef wel bestaan en werd tot 1951 gebruikt als kolenopslagplaats. In 2020 vestigde de Katoendrukkerij zich in de Volmolen. Achter de Volmolen bevindt zich de Stoneystuw; deze regelt de toevoer van water van de Oostbuitensingel naar de Eem.

 

 

Naast de Volmolen ligt de in 1427 gereedgekomen Koppelpoort, onderdeel van de tweede stadsmuur (1380-1451). Het is een gecombineerde land- en waterpoort, waar het water vanuit de stad de Eem in stroomt. 

 

 

Aan de andere zijde van het plantsoen, bij de Bloemendaalsebuitenpoort, bevindt zich een oud bastion, waar een 18e-eeuwse joodse begraafplaats aanwezig is. Nadat de eerste Asjkenazische Joden zich in 1664 in Amersfoort vestigden, kochten zij in 1700 een stuk grond aan de westzijde van de Bloemendaalsestraat. Deze begraafplaats bleef tot 1883 in gebruik. 
Een begraafplaats aan de oostzijde - waar Sefardische Joden werden begraven - werd in 1670 in gebruik genomen. Waarschijnlijk vanaf 1727 werd deze begraafplaats niet meer gebruikt, aangezien de Sefardische joden samengingen met de Asjkenazisch-Joodse gemeenschap. Deze begraafplaats raakte later in vergetelheid.

 

Terug naar overzicht